Historie

Andalusië is vandaag de dag slechts een klein deel van het vroegere Al-Andalus, waar verschillende culturen samenleefden, elkaar respecteerden en inspireerden. Rond het jaar 1000 werd het gebied gezien als de welvarendste en meest beschaafde regio van Europa. Door die wederzijdse inspiratie ontstond er een enorme bloei op sociaal, filosofisch, economisch, wetenschappelijk en cultureel vlak. Dit vormde de basis voor de Renaissance en de Verlichting, die Europa bevrijdden van de middeleeuwen. 

Een van de belangrijkste uitdagingen waar onze huidige samenleving voor staat, is het opnieuw 'uitvinden' van wederzijdse inspiratie en respect tussen verschillende culturen. Daarvoor moeten we ons onder andere bewust worden van onze gewoonten en opvattingen over 'alles wat anders is'.

Sanneke Bolhuis, één van de leden van het comité van aanbeveling, heeft hierover een boeiend stuk geschreven: "Samen leven in een wereld vol diversiteit".

Wetenschappelijke ontwikkelingen

In het Al-Andalus, dat de grootste bloeiperiode doormaakte rond het jaar 1000, trachtten Islamitische geleerden de Koran te doorgronden. Zij lieten zich inspireren door de Griekse filosofen en schrijvers uit de oudheid, zoals Plato en Aristoteles. Dat zorgde voor een verdieping van de filosofie in Al-Andalus. Het werk van de oude Griekse en Romeinse wijzen werd door de Arabische schriftgeleerden gekopieerd op nieuwe perkamenten (en spoedig op het hier nog onbekende papier) en vervolgens vertaald. Zonder dit monnikenwerk zouden vele werken uit de klassieke oudheid voorgoed verloren zijn gegaan. Alleen al de bibliotheek in Córdoba werd gevuld met meer boeken dan in de hele christelijke wereld bij elkaar te vinden waren.

Córdoba kende vele universiteiten en badhuizen, de straten waren geplaveid en verlicht en de landbouw beschikte over een voor die tijd superieur irrigatiesysteem.  Op het gebied van de wiskunde overtroffen de wetenschappers door de onderlinge inspiratie al gauw hun Griekse en Romeinse leermeesters.

 
 

Taal

In onze huidige taal zijn de sporen van deze wetenschappelijke samenwerking en ontwikkeling nog steeds merkbaar. Termen als 'algebra' en 'bazaar' zijn van Arabische herkomst. Woorden als zero, cijfer, almanak, algoritme, azimut, zenith en vele andere termen uit de wiskunde en de astronomie zijn afkomstig uit die tijd.

Poëzie

"Granada is het Damascus van Al-Andalus, een feest voor de ogen, een verheffing voor de ziel. Het heeft een onneembare Alcazaba (vesting), met hoge muren en prachtige gebouwen. Het staat bekend om zijn bijzondere rivier die wordt gedeeld door huizen, badhuizen, soeks, molens en binnen- en buitentuinen. God heeft het Zijn zegen gegeven door het boven een brede vruchtbare vlakte te plaatsen, waar zilveren stromen zich verspreiden onder de smaragd van de bomen." (Al-Saqundi, 13e eeuw)

Veel van de poëzie die in die dagen ontstond inspireert nog steeds:

 "Andalusië is zacht als zijde, zoet als honing, gevuld met suiker, verlicht door de was van de kaarsen, het loopt over van de olie, het is vrolijk als saffraan."

(Al-Razi - dichter)

 

De dichter Al-Zubaydi, die tevens de gouverneur en leermeester was van de Kalief Al-Hakam II, vatte de glorietijd van Al-Andalus als volgt samen: 

"Alle landen in hun verscheidenheid zijn een en de mensen zijn buren en broeders."

 

De nu nog veel geciteerde en gelezen filosoof, dichter en Sufi Mysticus Rumi liet zich eveneens inspireren op de hoogtijdgen van Al-Andalus:

"Hold to the reins of Love and don't be afraid.
Hold to the real behind the false and don't be afraid.
You must know that the beloved you seek is none other than you.
Hold to this truth and don't be afraid."

 
 

Rolverdeling mannen en vrouwen

De maatschappelijke positie van de vrouw in Al-Andalus is - zeker voor die tijd - buitengewoon. Een opmerkelijke positie werd ingenomen door Aisha Fatima Al-Hurra, de laatste koningin van Granada. Zij vocht tot de laatste snik om haar stad te behouden. Helaas was dit tevergeefs; in 1492 moest haar zoon Boabdil (Abu Abdillah) de sleutels van de stad afgeven aan de christelijke bezetter.

 

Een onderscheidende vrijdenkster in de 11e eeuw was Wallada. Zij organiseerde onder andere literaire salons voor de bekendste dichters en schrijvers van haar tijd. Wallada’s vader regeerde als kalief van Córdoba van 1024 tot 1026. Haar liberalisme was uniek voor haar tijd. Vrouwen die dichtten, kwamen in Wallada's tijd maar weinig voor. Omdat haar vermoorde vader geen mannelijke nakomelingen had, erfde zij al zijn rijkdommen, waarna ze één van zijn paleizen wijdde aan het onderwijs voor meisjes van gegoede familie. 

Wallada ging opmerkelijk gekleed. Zo was ze ongesluierd en droeg ze doorzichtige gewaden waarop haar eigen gedichten geborduurd waren. Ze reisde veel om haar gedichten te declameren en nam regelmatig deel aan dichtcompetities, wat in die tijd voornamelijk mannenaangelegenheden waren. Haar relatie met de vizier Abdus verschafte haar alle ruimte en veiligheid, die ze nodig had om tot haar dood toe haar vrijzinnige denkbeelden uit te dragen en anderen te inspireren!

 

Architectuur

In de adembenemende architectuur, zoals te zien in gebouwen als het Alhambra (jaarlijks meer dan 2.000.000 bezoekers) en de Mesquita van Córdoba is de schoonheid en rijkdom van deze periode nu nog steeds duidelijk te zien.

De kerk Santa María de las Nieves (Sevilla) heeft, zoals vele gebedshuizen in Andalusië, afwisselend een islamitische, joodse of christelijke signatuur gehad.

Tot aan het eind van de 12e eeuw was de kerk een moskee en vanaf 1391 een synagoge. Daarna werd het een gotische christelijke kerk met de naam: Nuestra Señora de las Nieves. Interessant om te weten is dat deze kerk het enige gebedshuis in Sevilla is, dat drie culturen heeft gediend.

Ook in de prachtige Mezquita in Cordoba is later een christelijke kapel gebouwd.

Verschillende historici veronderstellen dat de bekende leeuwenfontein in het Moorse Alhambra ooit aangeboden is door de Joodse gemeenschap van Granada. De fontein dateert uit de 11e eeuw en bestaat uit een platte schaal die door twaalf leeuwen gedragen wordt. Twee leeuwen die precies tegenover elkaar staan dragen op hun kop een driehoekje. Als je die over elkaar legt ontstaat het zegel van Salomon. 

In de abdij van de Gitano’s bovenop Sacromonte zie je overal het Salomonszegel terug. In het museum van de abdij liggen Arabische, Hebreeuwse, Aramese en Christelijke geschriften naast elkaar.

Joodse en christelijke invloeden

Córdoba groeide rond 929 -1031 uit tot wereldstad, waar een bloeiperiode aanbrak voor de wetenschappen, kunst, architectuur, literatuur,  filosofie, geneeskunde en astronomie. Onder de Moorse heerschappij hadden de christenen en joden de status van ‘dhimmi’. Een dhimmi is een jood of christen die leeft onder islamitische heerschappij en die erkent. Deze status garandeerde religieuze vrijheid, de interne autonomie van hun gemeenschap en de vrijheid van beroepsuitoefening.  De vrijheid binnen deze status werd ingegeven door vers 2,257 in de Koran waarin staat: “In de religie bestaat geen dwang”. Daardoor was het mogelijk dat joodse en christelijke geleerden tal van hoge posities aan het hof, bij de universiteiten en in de rechtspraak konden bekleden. De status van dhimmi gaf ook wat beperkingen; zo was het verboden kerkklokken te luiden of anderen actief te bekeren.

Hoewel er geen nieuwe gebedsruimten gebouwd mochten worden is er in 1315 een synagoge gebouwd in Córdoba en rond 1250 een in Sevilla. Dat zegt wat over de tolerantie in die tijd.

In het dagelijks leven waren er nauwelijks beperkingen. Diverse joden klommen op tot hoge posities.

De bloei in deze periode kende een grote stimulans doordat de islamieten het papier introduceerden in Al-Andalus.

Papier bood goedkopere productiemethoden en was duurzamer dan papyrus en perkament. Inkt werd makkelijker opgenomen door papier, waardoor documenten konden worden bewaard tot vandaag de dag.

De introductie van papier zorgde voor een sterke impuls en bloei van de vertaalkunst. De kaliefen die dit werk financierden zonden geleerden uit naar de hele - toen bekende - wereld om geschriften te bemachtigen. Het centrum van die beweging was het “Huis der Wijsheid” in Bagdad. Dit was de islamitische tegenhanger van de bibliotheek in Alexandrië. Vanuit dit Huis der Wijsheid zijn honderdduizenden teksten uit de Romeinse, Griekse, Chinese, Perzische en Indiase literatuur vertaald in het Arabisch en Latijn en becommentarieerd. Het vertaalwerk was veelal in handen van Syrische christenen en joden, die zowel het Grieks als Latijn en Arabisch machtig waren. Dankzij deze ontwikkeling zijn veel teksten en kennis uit de klassieke oudheid bewaard gebleven. In christelijk Europa waren ze in vergetelheid geraakt of vergaan: het gebruik van papier was daar immers nog niet uitgevonden.

Dit leidde tot grote bibliotheken in Córdoba, Sevilla en Toledo met

collecties van ruim 400.000 boeken.

Evenals in Bagdad waren vele vertalers joodse studenten en geleerden. De belangrijke plaats die studie inneemt in de joodse gemeenten bracht logischerwijs vele geleerden en vertalers voort. Door de mogelijkheid van een autonoom bestaan onder de islamitische heerschappij wijdden de Joodse geleerden zich aan filosofie, geneeskunde, astronomie, wiskunde, geneeskunde en poëzie. Zij maakten daarbij gebruik van de vertaalde werken uit het ‘Huis der Wijsheid’ in Bagdad.

 

Binnen de verschillende takken van de joodse cultuur hebben er - onder invloeden van de klassieke, arabische, en christelijke filosofie - verschillende methoden bestaan om de Talmoed te duiden. De Sefardische traditie (Iberische joden) onderscheidt zich door de inbreng van de filosoof Maimonides. Hij heeft de Thora verrijkt met de wetenschap en de filosofie van Aristoteles. Van hem prijkt nog steeds een standbeeld in Córdoba.

Na Córdoba werd Toledo om dezelfde redenen het intellectuele centrum van Europa.

Toledo was op dat moment een christelijke stad - in handen van Alfons VI - waar het Arabisch de taal van kennisoverdracht en cultuur bleef. Toledo werd uitgeroepen tot zetel van de aartsbisschop. De toestromende Noorderlingen kwamen hier in contact met de arabische taal en cultuur.

De Castiliaanse christelijke monarchen en kerkvorsten leverden op hun beurt bijdragen aan de inmiddels uitgebreide bibliotheekcollecties. Aartsbisschop Raimundo - tussen 1125 en 1151 aartsbisschop van Toledo - bestempelde de instituten die verbonden waren aan de grote bibliotheken in Toledo tot 'Vertaalschool'. Het was dankzij deze ‘vertaalschool’ dat de rest van Europa en het Latijnse christendom toegang kregen tot de vertalingen van het Huis der Wijsheid uit Bagdad.

 

De islamitische jurist, natuurkundige, arts en filosoof Averroës is een sleutelfiguur in dit inspirerende werk. Ook van hem staat er een standbeeld in Córdoba. Naast dat hij de Aristoteles- en Platocommentator bij uitstek was, bleek hij ook een ware ‘uomo universale’. Hij was een meester in islamitische filosofie, theologie, het Maliki recht, de islamitische jurispruden-tie, logica, psychologie en politiek. Daarnaast was hij onderlegd in arabische muziektheorie, geneeskunde, astronomie, geografie, wiskunde, fysica en hemelmechanica.

 

Landbouw en Watermanagement

Agrarische revolutie

Vanaf de zevende eeuw werden verschillende methodes verfijnd om water te verzamelen, op te slaan en te vervoeren. Tijdens de periode dat de Moren in Spanje verbleven, wisten zij het Spaanse landschap door hun vernuftige irrigatiesystemen definitief te veranderen. Vanuit hun, veelal kurkdroge, moederlanden brachten ze de daar al eeuwen bekende technieken mee. Later profiteerde ook de rest van Europa van deze technieken.

Waterspecialisten

In heel Andalusië zijn er nog sporen van de complexe Moorse irrigatiesystemen.

Er zijn ondergrondse kanalen en aquaducten aangelegd, er werd gebruik gemaakt van watermolens, fonteinen en grote waterbassins.  Op het platteland leverden (en leveren!) de boeren individueel hun aandeel aan het omvangrijke waternetwerk. Het bergachtige land werd gecultiveerd door de aanleg van terrassen in combinatie met bevloeiingskanalen. Het regen- en smeltwater loopt van de bergtoppen door de acequias naar de landbouwterrassen op de hellingen en de boerderijen in de dalen. 

Waar geen gebruik van smeltwater kon worden gemaakt, werd geboord naar water uit dieper gelegen bronnen. Dit werd naar de oppervlakte gebracht, waar het in grote reservoirs werd opgeslagen.

Nieuwe gewassen

Door de innovatieve watertechnieken konden nieuwe gewassen, zoals artisjokken, avocado's, saffraan, noten, sesamzaad, rijst, suiker, mango's en citrusvruchten definitief wortel schieten in Andalusië.

De Moren waren meesters in het ontwikkelen van nieuwe variëteiten van bestaande gewassen, zoals de verschillende soorten olijfbomen, dadelpalmen, vijgenbomen en moerbeibomen, die belangrijk waren voor de bloeiende zijde-industrie. Zo ontstond er geleidelijk aan een volledig nieuw ecosysteem.

Granada en water

De snelgroeiende steden van Al-Andalus werden op vernuftige wijze van water voorzien. In het Alhambra van Granada is dit nog steeds goed te zien. In de lommerrijke tuinen en patio's vol bloemen klinkt het geluid van stromend water, dat zachtjes via de kleine kanalen de groene hellingen afloopt. Indrukwekkende fonteinen en waterbassins zijn er nog in hun oorspronkelijke glorie te bewonderen, zoals in de patio de acequia in de Generalife. In de Moorse wijk het Albaicin, aan de voet van het Alhambra, deelden 30.000 Spaanse moslims stromend water, dankzij een efficiënt bewateringssysteem met 28 grote reservoirs, die werden gevoed door een netwerk van ondiepe kanalen. Dit was ongekend in Europa. Het water kwam uit een 12 kilometer verderop in de heuvels gelegen bron naar de stad. De Fuente Grande in de Sierra de Huetor functioneert nog steeds als noodbron naast het moderne waterleidingssysteem.

Córdoba en water

Op het dak van de mezquita van Córdoba ligt een ingewikkeld raster van (dak)goten, pijpen en mini-aquaducten. Hierdoor werd het schaarse regenwater opgevangen en naar het grote waterreservoir onder de patio geleid. In de nabijgelegen Guadalquivir liggen nog steeds resten van Moorse waterwerken. Een Noria (watermolen) is nog vrijwel intact en ligt vlakbij de restanten van een ooit 3 meter dikke dam, gebouwd van stenen uit Noord-Afrika. In de tiende eeuw bracht deze Noria, aangedreven door de kracht van stromend water, papierpulp, gedopte rijst en geplette suikerriet voort. Tussen de Mezquita en het Alcazar in Córdoba liggen nog resten van een aquaduct uit de 9e eeuw, dat bronwater uit de Sierra Morena - 80 km verderop gelegen - naar de stad haalde.

Zeven kilometer ten westen van Córdoba vonden archeologen tussen de ruïnes van de Moorse paleisstad, Medina Azahara, bewijzen voor het bestaan van het verbluffende aantal van ruim driehonderd baden, kunstmatige vijvers, zwembaden en bassins. Allen waren destijds voortdurend gevuld dankzij het omvangrijke netwerk van aquaducten en ondergrondse kanalen.

 
 
 

Gitanos en hun erfenis: Flamenco en Tarot

 

Herkomst

De Gitano’s, de Spaanse zigeuners, zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de erfenis van de Spaanse muziek, de Flamenco, vol passie, mysterie en het totale leven omvattend. Duende!

Zowel de Gitano’s als hun kunstvorm, de Flamenco, zijn omgeven met mysterie. Waar komen de Gitano’s vandaan? Waarom raakt hun kunst ons zo? Wat is duende nu precies? De Flamenco, maar ook de Tarot zijn goede voorbeelden van wat een mix aan culturele invloeden en mondelinge overleveringen voortbrengt.

Lees verder ...

 

Verbinding rond de tafel

 

Rond de keuken van het Midden-Oosten hangt een mysterieus en exotisch sfeertje. De vertellingen van Duizend-en-een-nacht getuigen van dit mysterie en zijn vol van kleuren, geuren, smaken, overvloed en zinnelijke explosies.

Door de komst van de Moren naar Al-Andalus – tegenwoordig bekend als Andalusië, maar vroeger heel Spanje én Portugal omvattend – is ook de Spaanse keuken gezegend met een rijkdom aan culturele invloeden. De Moren hebben zich die op hun reizen door talloze culturen eigengemaakt en vervolgens  doorgegeven aan het Iberisch schiereiland.

Lees meer ...

 
Stay tuned